Troost

Sigaar

Mijn oop heeft mij geleerd dat het mogelijk is iemand te troosten zonder te weten wat er gaande is. Hij was een steunpilaar zonder ergens specifiek op in te gaan. Ik vermoed trouwens dat hij zich daar ook geen raad mee had geweten. Het was ondenkbaar dat ik hem deelgenoot zou maken van mijn verslaving. Maar, troost is troost, dat heb ik destijds aan den lijve ervaren.

Mede daarom was hij, net als Jan, zo belangrijk voor me. Oop ademde slecht in zijn laatste week. Zijn huidskleur was ondefinieerbaar geel. Toen hij later in de kist lag, leerde ik de kleur van de dood pas echt kennen, maar zittend op dat vliegende bed kleurde het er al een beetje doorheen. Ik was negentien jaar toen hij bezig was met sterven.

Ik had vlak daarvoor gebroken met de Liefde van mijn Leven (in die categorie zouden er nog meer volgen). Deze was een knappe Italiaanse jongen die zeven jaren eerder dan ik geboren was. Mijn oop had in zijn brieven met weinig woorden de wens uitgesproken dat de jongen misschien in de nabije toekomst nog eens een studie zou gaan volgen.

In één van die brieven sprak hij tevens zijn hoop uit dat ik altijd piano zou blijven spelen. Maar als je tot diep in de nacht met een rietje boven wit poeder hangt, dan willen de vingers niet meer zo vlot over de toetsen gaan, helemaal niet als je daarnaast ook nog huiswerk moet doen, omdat je diep van binnen weet dat een opleiding de sleutel is tot de uitgang van het bestaan dat je hebt gecreëerd.

“Je zult er je verdere leven veel aan hebben, mijn meisje.”
Ik schaamde mij diep toen ik die woorden las.
Schreef hem terug dat ik altijd zou blijven spelen.
Een leugen uit liefde. Sinds Brenda (of all dolls: BRENDA!) kon ik dat klaarblijkelijk.

Het beige van mijn met drie lagen poeder zorgvuldig gekwaste wangen, brokkelde zittend op dat vliegende bed af en gleed mee van de berg die oop liefkozend ‘appelwang’ noemde, alsof een rivier buiten haar oevers trad en bagger, zand en grind meenam naar een plek elders, in lager gelegen land.

Er vond een verschuiving plaats. Met de aanstaande dood van mijn oop trilde er iets in het universum en ik voelde dat.

“Waarom ga je niet gewoon?”

Ik hoorde het mijzelf zeggen en was verbaasd dat ik de man die ik het meest liefhad vroeg waarom hij nog vasthield aan het leven. Het was voor hem in die laatste weken onmogelijk de pijn die hij had te verbergen. Er is iemand geweest die mij later heeft verteld (ik weet niet meer wie) wat de dokter aantrof toen zijn ziel uit de fles was. Details die je niet moet vertellen aan een meisje met een levendige fantasie. Zie, elke tekst verandert in beeld. Ik ben mijn eigen bioscoop, soms tegen wil en dank. Mijn geestesoog is een filmhuis en als ik mijn ogen sluit, draait de filmprojector ongevraagd alle beelden ongecensureerd af. Onverdraaglijk bij tijd en wijle. Vanaf die dag zie ik kanker als aan elkaar geklonterde hoopjes versteende zwarte rozijnen.

Mijn oma zei: “Zijn kaarsje heeft ongemerkt aan twee kanten gebrand.”
Ontroostbaarheid was mijn antwoord.

Ik pakte zijn pyjama die naast de wasmand op de grond lag, terwijl hij hemelsbreed vijftien meter verderop in een kist lag. In die pyjama had hij mij omhelsd. Ik hoorde zijn dunne adem nog. Ik rook de zoete koekjes van oma in het stof. En ik rook er iets anders doorheen. Iets van gerimpeld vel dat over gekookte melk ligt in een pannetje dat al een tijdje onaangeroerd op het fornuis staat.

“Mijn meisje”, zei hij.
Bij herhaling.
“Mijn meisje.”
En:
“Let maar op, het leven gaat straks gewoon door.”

Jan zei altijd Mik. Met een lange dikke M brombeerde hij mijn naam. Toen ik hem (zonder dat wij het wisten) vlak voor zijn dood zag, zei hij: “Als ik doodga Mik, dan moet je ervoor zorgen dat Jan Hanlo wordt voorgedragen. En ‘De tuinman en de dood.’

Nooit kende ik de gedichten uit de bundels die hij schijnbaar achteloos van zijn boekenplank trok om eruit voor te dragen. Het was alsof er onzichtbare geeltjes tussen de pagina’s zaten, want Jan opende het boek altijd precies op de pagina van het gedicht dat hij kort daarvoor had aangekondigd.

Pas later besefte ik dat waar ik een avond spendeerde aan het afscheid nemen van oop, ik hetzelfde had gedaan met Jan, zittend op het Groningse balkon, grenzend aan zijn bibliotheek, onder het genot van een reeks biertjes. Ja, ik dan. Hij dronk die avond wat anders. Pas diep in de nacht zou ik erachter komen wat dat was. Nee. Afscheid nemen zonder goeie neut, dat zou de man niet waardig zijn. Ook al wisten we beiden niet dat het ons afscheid betrof.

En zo gaat ons leven voorbij.
En zo varen de scheepjes voorbij.

About Mika Backer

Ik schrijf mijn brieven, stop ze in een fles, sluit die af ~ en laat ze achter. Op deze website post ik mijn verhalen, over mensen die ik ken of heb gekend. Zie het als een ode aan mijn vrienden, aan het leven, aan de dood. Alles wat je ziet ~ film, beelden, muziek, poëzie, proza en mijn brieven ~ leidt tot één verhaal. Uiteindelijk. Zelf ken ik het einde ervan ook nog niet.

One Comment

  1. M. H.

    Troost is wat ik zoek , troost is wat ik nodig heb , een aai over mijn bol , een ruim hart , een niets vragende liefde , begrip zonder te begrijpen , gewoon te mogen zijn wie ik ben zonder voorwaarden , hoe idioot ik ook ben . Een ding is zeker , ik ben idioot , maar hier mag ik het zijn , dat geeft mij rust . Liefde zonder vragen . Niets is belangrijker . Liefde , houden van ……

Geef een reactie