De witte leegte

Papier MikaVoor wie een verslaving het moeilijkst is? Niet voor de verslaafde zelf, geloof mij maar. Dat zijn zielige mensen die beweren dat ze niet anders kunnen en dat verandering niet mogelijk is. “Zo ben ik nu eenmaal.” Of: “Het lukt me simpelweg niet.” Het brengt me terug naar tijden waarin ik mij niet kon verschuilen achter een gordijn van loze woorden. Het enige was dat niemand in mijn directe omgeving van mijn verslaving wist, dus ik hoefde me ook niet te verdedigen. De enige aan wie ik verantwoording hoefde afleggen, was aan mijzelf. En ook dan kun je er kennelijk lang omheen blijven draaien.

Een verslaving is het ergst voor degene die er vlakbij staat en van degene houdt die zichzelf toetakelt.

Deze ‘houders van’ zijn onder te verdelen in twee groepen. De ene die van niets afweet en er pas jaren later achterkomt. En de andere die het weet, maar zich met die wetenschap geen raad weet. Ik stond erbij en ik keek ernaar, dat idee. Tot je iemand in z’n kist legt.

Welke categorie ‘houders van’ ook naast je staat, er is maar één die het roer kan omgooien. Mimi kon dat altijd zo mooi verwoorden als zij haar literbak walnotenijs aan het leeg lepelen was: “Mika, ’t is maar welke keuze je maakt.” Mimosa was altijd in staat een stukje te raken dat diep verborgen zat. Het stukje dat weet dat de uitspraak klopt, maar dat aan de oppervlakte nooit zou toegeven.

“Ga er maar aanstaan”, zei ze erachteraan. G als gamba. Ik wist op zulke momenten niet of ze tegen mij, of tegen zichzelf sprak. Mijn schuim rees tot ver boven het bolle, fantastisch mooie glas (wie heeft bierglazen bedacht? Een kunstenaar!), waarop met gouden letters prijkte: D-U-V-E-L. Met haar worstenvinger veegde ze het dotje schuim steevast van het puntje van mijn neus, nadat ik innerlijk dansend van genot de eerste teug had genomen. Het gevoel dat een tripel in de aderen brengt, is met geen pen te beschrijven. Op mijn beurt vermeed ik het plakkerige ijs uit de hoek van haar roodgestifte mond te vegen met mijn vinger. Met als gevolg dat ik de rest van de avond met een beetje weerzin naar haar keek, de aanblik zelfs liefst vermeed. Ik walg van stukjes eten die aan delen van het gezicht blijven hangen.

Haar vinger die mijn neus raakte,
raakte altijd een stukje van het verleden.

Hoe vaak ik niet in de spiegel heb gekeken of er, na een volle nacht in de witte leegte, geen wit randje aan mijn neusvleugels zat, waardoor mijn grootste geheim geopenbaard zou worden, kan ik niet terughalen. Vaak. Heel vaak. Zelfs jaren later was de vluchtige beweging van mijn wijsvinger onder mijn neus door nog altijd een gewoonte, zoals vrouwen standaard in een winkelruit hun spiegelbeeld bekijken en denken dat zij dat onzichtbaar doen. Niemand die het merkt. Maar ons kent ons. Zo herkende ik een cokeverslaafde al op verre afstand. Een zenuwachtig type dat vaak met de vinger langs de neus gaat en daarna kort snift.

Degenen die het niet herkennen, zijn degenen die het niet gebruiken. En onder die categorie vielen mijn ouders, mijn broers, mijn hockeyvrienden. Dat waren de ‘houders van’ die van mijn twee werelden niets afwisten en er pas jaren later achterkwamen.

Hoe vertel je zoiets?
En waarom?
Eigenbelang.
Puur uit eigenbelang.
In het reine komen met jezelf.

In het reine komen met de leugens waarmee je je al die jaren hebt omringd. Denk maar niet dat ‘de houder van’ op zo’n boodschap zit te wachten en reageert met: “Dank je Mika, wat lief dat je dat nu eindelijk vertelt.” Nee. Het brengt een nieuwe wereld vol vragen teweeg, waarin ‘de houder van’ zich afvraagt HOE HIJ DAT IN GODSNAAM NIET HEEFT KUNNEN ZIEN. Vergeef de houders van. Alsjeblieft. Want:

Als een verslaafde èrgens goed in is, dan is het ’t verbergen van zijn kwaal.

“Ik ga even douchen”, zei mijn vader, toen ik het vertelde. Het werd één van de langere douches in zijn leven. (Hoewel hij bij het bericht over mijn liefde voor Adore toch ook het water langdurig over zich heen liet stromen.) Onverwachte berichten kun je van je afspoelen, om ze daarna te vergeten.

Mam bleef zitten. Ik weet niet of ze gehuild heeft in mijn bijzijn. Ze heeft me in de jaren die erop volgden veel vragen gesteld, dat wel. Begrijpen, dat zullen we het beide vermoedelijk nooit. Er was één iemand geweest die het had begrepen allicht. Die viel in de categorie ‘houder van’ en ook de categorie: ‘ons kent ons’. Jan. Welke reden hij had om de fles te raken? Misschien wel dezelfde die ik had om met mijn hoofd de witte leegte in te duiken. Zit verslaving in het gen? Eens verslaafd altijd verslaafd? Ik vraag het mij af sindsdien.

En ik hoor Mimi:
“Mika. Het is maar welke keuze je maakt.”

Mimosa, waar ben je?
Het is maar….
Welke keuze je maakt.

 

 

 

 

 

About Mika Backer

Ik schrijf mijn brieven, stop ze in een fles, sluit die af ~ en laat ze achter. Op deze website post ik mijn verhalen, over mensen die ik ken of heb gekend. Zie het als een ode aan mijn vrienden, aan het leven, aan de dood. Alles wat je ziet ~ film, beelden, muziek, poëzie, proza en mijn brieven ~ leidt tot één verhaal. Uiteindelijk. Zelf ken ik het einde ervan ook nog niet.

Geef een reactie