De houthakker

Mika's Houthakker

“En dat je dan genaaid wordt waar je bij staat, Mika, hoe zou jij dat vinden denk je?” (G als gamba: genaaid, en nog een onzichtbare -e erachteraan: ‘En dat je dan genaaide worde…’) Mimi kon één zo’n zin uitspreken en zich daarna stilhouden voor de rest van de avond. Elk betoog dat volgde op zo’n zin? Zinloos. Volkomen zinloos. Het was waarom ik haar waardeerde en waarom ik haar haatte tegelijk. Ze was een vriendin, een grote (grootse) boezem waarin je troost kon vinden en op zulke momenten verwachtte ik dat zij medeleven zou tonen, in plaats van de zaak om te keren en mij de spiegel voor te houden. Pas later leerde ik wat echte vriendschap is. Die lag verborgen in die spiegel. Maar toen ik dat besefte, was zij al gevlogen.

De houthakker kon hakken als een wilde, maar straalde in hetzelfde moment waarop de bijl het hout doormidden spleet een kalmte uit die in contrast stond met het zweet dat van zijn gezicht sijpelde. Het waren die bewegingen, en het stukje van zijn buik dat ik zag als hij de bijl hief, als een tennisser die serveert, die ervoor zorgde dat ik uiteindelijk op hem ging zitten. Mijn wilde haren lagen in de kroegen van Amersfoort en Leeuwarden. Adore had mij lang en breed verlaten en ik zag die kalme, lange jongen met zijn roffelige haar. Hij deed me aan Henk de Zwerver denken, hoewel ik niet snel op de zwerver zou zijn gaan zitten. Naakt.

Heel lang heb ik niets geweten.
Dat is mij later verweten.

Alles in het midden laten, is niet altijd de beste oplossing.
Wie is neutraal, als je de neutraliteit verstoort zonder woorden?

Hij sprak niet over waar hij vandaan kwam en ik vond dat goed. Ik liet hem mijn hout hakken, daar was hij de beste in. Daarna bood ik hem een douche aan. Een handdoek. Naakt zaten we op de grond en in de verte klonk Alela Diane’s Pirate’s Gospel.

‘While some folks row way up to heaven
I’m gonna sing the pirate’s gospel
I’m gonna sow these feet for dancin’
I’m gonna keep my eyes wide open

Yo ho yo ho
Yo ho ho
Yo ho yo ho ho
Yo ho yo ho
Sing the pirate’s gospel’

Mijn ogen had ik wijd open. Zijn huis had ik in gedachten gezien. Hoe hij zich daar in de ochtend uitrekte en uitkeek over de weilanden. Mijn ogen had ik wijd open. Ik legde hem neer op de vloer. Hij rook naar gespleten hout. Een oergeur. Mijn ogen had ik wijd open. Die van hem lagen diep in zijn kassen. Ik zag daarin een verleden waarover hij niet praatte. En ik vond dat goed. “Als jij het eraan toe hebt”, hoorde ik mijzelf zeggen. En ik pakte hem vast. Leidde hem. Voelde hem. We’re gonna sing the pirate’s gospel. We’re gonna chant the pirate’s gospel. You’ll find us clap the pirate’s gospel.

Het zout likte ik van hem af.
Tranen heeft hij nooit gelaten,
dat kwam pas bij het afscheid, vele jaren later.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

About Mika Backer

Ik schrijf mijn brieven, stop ze in een fles, sluit die af ~ en laat ze achter. Op deze website post ik mijn verhalen, over mensen die ik ken of heb gekend. Zie het als een ode aan mijn vrienden, aan het leven, aan de dood. Alles wat je ziet ~ film, beelden, muziek, poëzie, proza en mijn brieven ~ leidt tot één verhaal. Uiteindelijk. Zelf ken ik het einde ervan ook nog niet.

Geef een reactie