Afscheidsbrieven

O n t w o r d e n

De eerste brief die ik schreef, toen ik begon aan mijn flessenpostproject, richtte ik aan mijn naasten.
Ik heb hem nooit gepost.

Als je een schrijver bent die een boek publiceert, dan staat het geschrevene op papier. Onherroepelijk. Gebundelde versie. In de hand vast te houden. Met de vingers doorheen te bladeren. Wat je schrijft laat je over aan de interpretatie en verbeeldingskracht van de lezer. Het roepen van ‘Stop de persen!’ heeft geen zin meer, zodra de letters gevangen zijn. Later hoor je de schrijver uitleggen dat hij dit boek pas kon schrijven toen zijn moeder dood was. Zo vergaat het de schrijfster haar vader.

Toen ik met flessenpost begon, deed ik mijzelf een belofte niet over mijn familie te schrijven. Een misvatting, weet ik nu, want alles wat ik meemaakte in mijn leven, staat direct of minder direct in relatie tot de mensen met wie ik opgroeide. Onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Een week nadat ik mijn brief aan Paul, over de witte leegte, op de lijn had gezet, belde mijn tweelingbroertje. “Ik maak me zorgen over die afscheidsbrieven. Ik vind de term afscheidsbrief trouwens ook niet fijn. Gaat het wel goed met je?”

En op dat moment wist ik dat ik die allereerste brief toch als eerste had moeten posten. Mijn familie is niet dood. Die leeft. En leest. Herkent bovendien.

Ik antwoordde: “Zie het metaforisch lief. Ik neem afscheid van het verleden en schrijf toe naar een nieuw begin. En dat is een beetje gek, omdat ik daar al ben. Juist doordat ik het al heb losgelaten, kan ik er zo over schrijven, anders was me dat nooit gelukt.”

“Maar, met het schrijven breng je dat verleden toch juist weer tot leven? Je brengt het verleden weer in het hier en nu.”

(…)

Met elke brief die ik schrijf, met elke fles die ik de zee inwerp, laat ik los. Letterlijk en figuurlijk. Tegelijkertijd deel ik de donkerte van mijn leven, omdat die naast het licht bestaat. En wij zijn geneigd alleen maar over het licht te praten, of om over de donkerte films en boeken te schrijven die bedacht zijn. Mooi, maar in wezen onnodig.

Ik pel mijzelf af.
Een ui gelijk.
Tranen ~
tot ik bij de kern terechtkom.

Het is tijd mijn naasten die ene eerste brief te laten lezen, die brief waarmee alles begon. Die schreef ik op Vlieland, mijn geliefde eiland, terwijl ik wakker lag aan het wad. Vulpen in de hand. Het stroomde. Dat was het begin. Ik schreef het in een klein schriftje, waar op de eerste bladzijde stond:

‘Afscheidsbrieven van Mika’
21 oktober 2013

About Mika Backer

Ik schrijf mijn brieven, stop ze in een fles, sluit die af ~ en laat ze achter. Op deze website post ik mijn verhalen, over mensen die ik ken of heb gekend. Zie het als een ode aan mijn vrienden, aan het leven, aan de dood. Alles wat je ziet ~ film, beelden, muziek, poëzie, proza en mijn brieven ~ leidt tot één verhaal. Uiteindelijk. Zelf ken ik het einde ervan ook nog niet.

Geef een reactie