Adore, die eerste aanraking

Adore (Fotograaf: Lieke Romeijn)

Stilte. En toen kwam jij.

De mooiste vrouw.

(En daar zijn er zo veel van. Zo veel!)

Martini Bianco.

Dat bestelde je.

“Met ijs”, zei je.

Je stond aan de bar, naast mij.

Wie bestelt er heden ten dage nu nog een Martini Bianco?, dacht ik.

Mijn schuim rees net boven het glas en toen gebeurde het.

Tijdens. Jouw. Bestelling.

Legde. Jij.

Jouw.

Hand. Op.

Mijn.

Bovenbeen.

Terloops, je had het zelf niet door, maar Adore, mijn lichaam is sindsdien nooit meer hetzelfde geweest. Ik prees mij gelukkig zonder lul, want die zou alleen al bij de aanblik van jou zeven dagen knalstijf zijn geweest. En God zag dat het goed was.

Heel kort slechts keek je me aan toen je je met jouw Martini Bianco omdraaide en terugliep naar het kleine dansvloertje achter in de kroeg. Geen blik van verstandhouding. Geen herkenning. Geen glimlach. Maar voor mij was het helder: wij hoorden bij elkaar. Het was slechts een kwestie van tijd.

Ik heb je zien dansen, ik heb je zien lachen, ik heb je aangeschoten naar huis zien gaan. Je billen zeiden me gedag. Die kont van jou was speciaal geschapen voor mij. Door jouw bestaan werd ik naast een vrouw ook een heel vieze oude man. Ik heb mijzelf avond na avond aanschouwd, daar, zittend aan die bar. Trots ben ik er niet op, dat mag je best weten.

Niemand zag het, maar ik kleedde je uit. Ik kende jouw lichaam van top tot teen, al maanden voordat ik je daadwerkelijk aanraakte. Lang voordat jij het wist, was je al de mijne. Ik wist precies waar ik mijn hand moest neerleggen en waar ik zacht moest knijpen om die ene glimlach (die glimlach ~ waarin de branding van de zee op de rotsen knalt) van je los te krijgen. Ik had het zittend aan die bar al honderdduizend keer gedaan.

Je zweet rook naar kaneel. Eén druppel daarvan zou genoeg zijn geweest om de parfumindustrie rijk te maken. Hoe langer je op de dansvloer stond, hoe dieper de geur. Op het laatst rook ik je al zonder dat ik keek. Zie, je zat al in mijn aderen, ik kon daar niets aan doen.

Mijn gezicht in jouw okselruimte.
Mijn hand die jouw ronde kleine borst omvatte en
de koperen sproeten die daarop lagen, zou troosten.
Mijn been tussen jouw benen. Jouw hitte op de mijne.
Ik zou opnieuw geboren worden.
Ik zou samen met jou ter plekke uit een penceel vloeien.
Op dat witte doek en
met elke streek kwam ik dichterbij.
Dichter bij jou.

Mijn liefde, mijn meisje, mijn gouden regen.
Draai je nog één keer om.
Ik volg je lijnen.
Ik kus ze,
want je zijlijnen zijn het mooist.

Blijf.
Blijf toch.
Blijf toch altijd bestaan.

About Mika Backer

Ik schrijf mijn brieven, stop ze in een fles, sluit die af ~ en laat ze achter. Op deze website post ik mijn verhalen, over mensen die ik ken of heb gekend. Zie het als een ode aan mijn vrienden, aan het leven, aan de dood. Alles wat je ziet ~ film, beelden, muziek, poëzie, proza en mijn brieven ~ leidt tot één verhaal. Uiteindelijk. Zelf ken ik het einde ervan ook nog niet.

Geef een reactie